'Eenmaal een Newfoundlander, altijd een Newfoundlander!' een groter compliment kun je aan je eigen ras niet geven. Ik hou
van het ras en voor mij geldt, een ander ras als de Newfoundlander was en is niet bespreekbaar. Meer dan 20 jaar leven
mijn man en ik met Newfoundlanders, uitsluitend reuen, samen. Mijn hobby is het deelnemen aan en bezoeken van shows. Hoe
interessant de shows ook mogen zijn, voor mij is het dagelijks samenleven met mijn honden het belangrijkste. Het geeft mij
een bepaalde rust, ‘gewoon weg’ een bijzonder fijn gevoel.
Sinds generaties is de Newfoundlander met betrekking tot exterieur en type in beweging.
Maar de ontwikkeling die het ras tegenwoordig doormaakt verontrust mij wel.
Wat verwacht ik eigenlijk van de Newfoundlander? Die vraag heb ik mezelf gesteld toen ik onlangs op een tentoonstelling
bij de ring, de keuring van de Newfoundlanders volgde.
Met het constateren van de verscheidene variaties in type en formaat krijg ik geen antwoord op mijn vraag. Waar ik mij
zorgen over maak zijn de artistieke interpretaties van de rasstandaard, de toenemende populariteitsquote van hypertypische
hoofden en het overdadig styling van de vachten en het formaat van de hond in het algemeen.
'Hypertypisch' een ander woord kan ik hiervoor niet bedenken, is geen goede basis, ook niet dat naar de smaak van de fans
alles goed of alleen maar slecht is. Een ieder probeert bij de andere de nadelen te herkennen en in zijn voordeel te
bekritiseren. Waarom niet van iedere richting dat nemen wat aan de andere kant niet aanwezig is en of te kort komt? Zo
zou veel minder goeds verloren gaan.
De doelstelling van een groepering fanaten in landen om Nederland heen:
’De Newfoundlander in toekomst van het beerachtig naar het panterachtig type te willen veranderen’, is naar mijn
mening serieus te nemen, gezien de algehele ontwikkeling van de Newfoundlander. Ik geef toe verbijsterd te hebben reageert
op deze uitspraak tijdens een discussie. De rasstandaard speelt hierbij geen rol van betekenis.
Een objectieve standaard is daarom noodzaak, zodat het correcte type Newfoundlander kan blijven bestaan.
Op een tentoonstelling mogen ’extreme exemplaren’ spectaculair zijn, maar de meeste Newfoundlanders worden geboren als
metgezel voor mensen, die de oorspronkelijke kenmerken van het ras prefereren.
Het belangrijkste is uiteraard een goede gezondheid, hierover mag geen twijfel bestaan.
|
|
Maar een herkenning van het oorspronkelijke ras / type Newfoundlander als de zachtmoedige en beerachtige
hond, innemend en imposant vind ik zeer wenselijk.
De standaard vraagt om een harmonisch gebouwde hond met een diep lichaam, stevig bone, gespierd en sterk.
Het hoofd van de Newfoundlander is massief, met een brede schedel, de voorsnuit is duidelijk vierkant, diep
en matig kort met een duidelijke maar nooit geprononceerde stop.
|
Lang en naar voren gestyld hoofdhaar past voor mij gewoon
niet in het beeld, het doet mij aan andere rassen, soms
zelf aan een ander diersoort denken en is niet correct voor de Newfoundlander. Slechts het knippen van overtollig haar op
de oren is het enige dat een mooi en innemend hoofd aan styling nodig heeft. Het moet toch niet gekker worden, want de
nieuwste trend is om zelfs de snorharen bij de hond af te knippen.
De expressie van de Newfoundlander moet zacht zijn. De ogen goed gesloten, ver uiteengeplaatst en de oren klein van formaat
en niet te laag aangezet zijn. Met correct gesloten lippen is de Newfoundlander absoluut geen kwijlende hond. En wees
eerlijk, een sterk kwijlende Newfoundlander in huis, brengt waarschijnlijk elke huisvrouw / huisman onder ons in extase,
hoeveel je ook van je vierbenige vriend houdt. Of meenemen op reis, een hotel, restaurant, het is een ramp, ieder ziet je
liever gaan dan komen.
Op een show vind ik persoonlijk een gentleman met slab weinig indrukwekkend en exposanten in de ring met een poetsdoek als
uithangbord niet passend, het is immers een schoonheidswedstrijd.
De vachten zijn vaak een punt van discussie langs de ring. De standaard zegt een sluike, tamelijk lange vacht en mooi
aanliggend. De ’natuurlijke styling’ bestaat voor mij uit een schone, goed gekamde en verzorgde vacht bij de Newfoundlander,
waarbij overdadig haar verwijdert moet worden. Overdadig is tegenwoordig een ruim begrip. Keurmeesters krijgen
gebeeldhouwde, gesnoeide en professioneel perfect gestylde honden onder ogen. Indrukwekkend in de ring, dat wel, maar ze
verhinderen een realistisch zicht op de natuurlijke belijning van de hond. Vachten die stijf uitstaan door cosmetische
producten zouden door elke keurmeester afgekeurd moeten worden.
Vachtstyling levert ongetwijfeld voordeel op als de keurmeester niet met zijn handen keurt en soms denk ik wel eens dat de
opvallendst gestylde wint in plaats van de perfect gebouwde, zeer rastypisch voorgestelde en bewegende Newfoundlander.
Voor mensen, die voor het eerst in contact komen met de Newfoundlander ‘type showmodel’ zou later de eigen hond thuis wel
eens een grote teleurstelling kunnen worden. In het achterhoofd / netvlies staat immers het toen geziene ideaalbeeld, want
niet iedereen is een begenadigd ’stylist’. Dan valt misschien zelfs de hond tegen, vachtproblemen ontstaan, met alle
gevolgen van dien voor de hond. Een extreem zware vacht verzorgen vraagt niet alleen veel geduld en tijd, maar je moet het
ook kunnen en willen leren.
|
De zachtmoedigheid van de Newfoundlander is ’het’ kenmerk, zo niet zijn belangrijkste karaktereigenschap.
De evenwichtige en onverstoorbare persoonlijkheid is door niets uit zijn rust te brengen. Een trotse
verschijning, die adel uitstraalt met een vlot, uitgrijpend en moeiteloos gangwerk met veel stuwing, een
eigenschap die een excellente vertegenwoordiger van het ras zo kenmerkt. De Newfoundlander moet waardig
met gematigde snelheid voorgebracht worden aan een losse lijn, waarbij de hond zijn hoofd zelf attent
omhoog houd.
|
|
Maar steeds vaker zie je honden met overdreven temperament, soms zelfs angstig, nerveus met neurotische reacties.
Overdreven temperament mag absoluut niet verwisselend worden met een vlot gangwerk.
Bij het showen gaat het niet om dat de snelste wint. Je imponeert niemand met racen in de ring, inhalen en kop/staart
botsingen, in tegendeel je creëert een bron van irritatie. Ik zelf erger me hier mateloos aan als exposant en toeschouwer.
Het voorttrekken zoals ook een strakke lijn in de ring is niet typisch voor de Newfoundlander. Het is jammer dat maar weinig
keurmeesters het onnatuurlijk omhoog trekken van het hoofd afkeuren. Het is interessant om te zien als er dan toch eens in
de ring ’lijnen los’ aangezegd wordt, hoe menig bouwwerk in elkaar zakt, hoofden die gewoon optisch voorover vallen.
Het formaat is bij de Newfoundlanders regelmatig een punt van discussie. Bij een reu geef ik persoonlijk de voorkeur aan
een harmonisch groot formaat, mits de algemene indruk sound is. Duidelijk moet het verschil tussen reu en teef herkenbaar
zijn.
Voor de toekomst zijn de fokkers en ook de dekreuen eigenaren uiteindelijk verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling
van het ras. Maar ook de keurmeesters hebben in mijn ogen een sleutelfunctie, zij zijn het immers die de fokkers in de ring
belonen. Zij zijn verantwoordelijk, dat de hond die zij in de ring de hoogste eer geven, deze eer ook daadwerkelijk
verdient heeft.
De fokkers moeten beslissen waar hun voorkeur voor de toekomstige eigenaren ligt, bij de doelgroep exposanten die graag een
hypertypische hond showen of de familie met kinderen, die graag de oorspronkelijke kenmerken van de beerachtige hond
prefereren die niet is overdreven en voor hun hobby shows bezoeken.
Natuurlijk ligt schoonheid in het oog van de toeschouwer. Iets wat mooi en goed is vindt je niet in extremen, een goede
functionaliteit bewijst ook in toekomst het ras Newfoundlander een grote dienst.
Persoonlijk vind ik het verliezen van harmonie en evenwicht een grote en amper meer goed te maken fout. Voor mij verliest
helaas de Newfoundlander steeds meer het alom geprezen totaalbeeld van een beer.
|
|
Een mooi exemplaar is voor mij net als een mooi schilderij, toegegeven een persoonlijke sentimentaliteit.
|